Transparantie – kun je van binnen naar buiten (of andersom) kijken?
Inzicht – zie je de situatie helder of is het raam beslagen?
Perspectief – wat zie je als je door het raam kijkt? Is er uitzicht of zit je gevangen?
Grenzen – een raam is een grens waar je wél doorheen kunt kijken, maar niet zomaar doorheen kunt stappen (tenzij het openstaat).
Binnenwereld vs. buitenwereld – bijvoorbeeld: wat speelt er in de organisatie intern vs. wat laat men extern zien?